Teaching sucks, what we ultimately need is good learning

Zou dit een citaat zijn? Ik zal het ongetwijfeld ergens gelezen hebben. We spreken over 'leren' en niet over 'les geven' of 'onderwijzen'. Mensen zijn het waard om op de meest optimale manier te kunnen leren. In het boek "A New Culture of Learning" van communicatie- en leerexperten Douglas Thomas en John Seely Brown is het één van de conclusies, maar niet de enige, misschien zelfs niet de belangrijkste. Deze blog post is een samenvatting en persoonlijke interpretatie van dit boek. Iedereen die met onderwijs, training of leren bezig is, zou dit boek moeten lezen.

Ik heb veel bewondering voor leerlingen en scholieren. Zij kunnen het van 's morgens tot 's avonds opbrengen om naar leerkrachten te luisteren die meestal dezelfde stof overbrengen en vaak - vooral in het middelbaar onderwijs - op dezelfde manier als zij ze in hun jeugd onderwezen kregen. Er is minstens één Vlaamse politieke partij die dit zelfs uitstekend vindt. Studenten in het hoger onderwijs pikken dit niet meer. Zij sturen de docent zowel op inhoud als op vorm. Als het hen niet kan boeien, wordt de les als het even kan een Facebook en/of gaming sessie. Jef Staes mag gerust zijn: deze generatie studenten telt veel minder schapen.

Cursisten van professionele opleidingen zijn niet zo streng. Als de inhoud nuttig is en actueel, zijn ze al tevreden. Na enkele dagen zijn zij er immers van af. Toch betaalt hun werkgever goed geld voor hun cursus. Toegevoegde waarde komt er dan ook alleen maar als de werknemer er vervolgens op de werkplek iets mee doet. Het echte leren begint daar, in de praktijk en gaat nog het best als het samen met de collega's kan gebeuren. Studenten gaan meer dan ooit naar de bibliotheek. Niet speciaal om boeken of tijdschriften te lezen, misschien wel omdat er gratis WIFI is, maar vooral om elkaars gezelschap te zoeken en samen te leren.

"Geef een man een vis en hij zal één dag eten. Leer een man vissen en hij zal nooit meer honger hebben." was ooit een mooie wijsheid. Nu niet meer. Het is immers best mogelijk dat de man geconfronteerd wordt met overbevissing en zich moet houden aan EU-richtlijnen. Onze goed opgeleide visser kan dan alleen de armen in de lucht gooien en in wanhoop uitroepen "het gaat hier allemaal om zeep". U moet er allicht niet meer van overtuigd worden dat alles razendsnel verandert en dat we met een onderwijssysteem dat stabiele kennis wil overbrengen de mensen een slechte dienst bewijzen. Nu is het "Leer een man hoe hij zijn voedsel kan vinden in veranderende omstandigheden en hij zal nooit meer honger hebben".

Vrijheid, structuur en collectieven

Het systeem zoekt naar een nieuwe adem. Onze werkomgeving heeft medewerkers nodig die zich zelfstandig organiseren om antwoorden te geven op de snelle veranderingen waarmee we geconfronteerd worden. Meer nog: ze moeten zelf die veranderingen teweeg brengen. Daarom moeten mensen altijd en overal van elkaar leren. Voor Douglas Thomas en John Seely Brown zijn zijn hiervoor 2 randvoorwaarden. Een eerste is ongelimiteerde toegang tot kennisbronnen en een tweede is een platform waarin mensen collectief met andere cursisten en docenten kunnen leren. Vandaag zijn deze randvoorwaarden vervuld of we hebben er toch de infrastructuur voor. Het komt er nu op aan om ze in te vullen. Een goede combinatie van vrijheid en structuur is wat we nodig hebben om de flexibiliteit te verwerven die we zo nodig hebben.

Studenten moeten leren van elkaar leren. De evolutie van hulpmiddelen zoals sociale media zorgt ervoor dat van elkaar leren op een veel spontanere manier kan gebeuren. Maar er komt nog een extra dimensie bij. Denken we maar eens aan een wiki: het geeft mensen die leren de kans om gemakkelijk kennis te consumeren, te produceren en verder te distribueren. Soms gebeurt een bijdrage aan een collectief inzicht zelfs onbewust, bijvoorbeeld door het klikken op een link. Het is onbegonnen werk voor docenten om hun materiaal up-to-date te houden. Eigenlijk is dat dus ook niet meer nodig. Wat we nodig hebben zijn mentoren die structuur bieden en die de passie bij de studenten kunnen wakker maken zodat zij op hun beurt de rol van mentor in het collectief op zich kunnen nemen.

Ik ben een groot voorstander van groepsopdrachten zowel voor studenten als voor bijscholende werknemers. Bijscholende werknemers vinden het aangenaam om met hun medecursisten samen te werken en van elkaars verschillende achtergronden. Maar studenten hebben het er dikwijls heel moeilijk mee dat hun resultaat afhankelijk wordt van het goed functioneren en het resultaat van hun team. Nochtans is het precies dat wat we na hun afstuderen van hen zullen verwachten. De studenten aanvaarden deze aanpak dan ook alleen maar als niet alleen de groep, maar ook hun individueel functioneren binnen die groep geëvalueerd wordt. Dit doen we dan op basis van peer-to-peer evaluaties omdat het voor de docent niet altijd duidelijk is hoe de individuen in de groep functioneren. Heel anders is het bij verschillende collectieven in het Web, waar de deelnemers hun dada's met elkaar delen en daarbij vooral de rijkdom van het collectief willen verbeteren. Ze hoeven hier niet individueel voor geapprecieerd te worden: de beloning komt vanzelf wie intensief bijdraagt, zal ook intensief van het collectief leren.

Van les geven naar leren

Observeerde u al eens hoe een kind met een browser, e-mail, iTunes of YouTube leert werken? Niet door er eerst een cursus over te volgen of er een boek over te lezen. Ze doen maar, leren al doende en maken verbindingen met wat ze zonder het te kunnen uitleggen al weten. De ontwikkeling en het gebruik van deze zogenaamde "stilzwijgende" kennis wordt in het traditionele leren verwacht vanzelf te ontwikkelen. Alleen expliciete kennis wordt door onderwijzen overgebracht. Nochtans is het de stilzwijgende dimensie die de meesten van ons in een werksituatie blijven gebruiken. Wij hebben geleerd om te denken zoals een ingenieur, jurist, psycholoog, taalkundige, ...

Onze stilzwijgende kennis bouwen we altijd en overal op, door ervaring, los van formele trainingsmomenten. We moeten studenten de kans geven om hun passie te volgen en hun ding te doen, maar tegelijk moet er een kader zijn waarbinnen dit kan gebeuren. Bij het formuleren van een opdracht, geef ik de studenten dikwijls de vrijheid om de context te kiezen waarbinnen ze die opdracht invullen. Het moet iets zijn wat hen bezighoudt, bijvoorbeeld één van hun hobby's. Dat blijkt niet zo gemakkelijk: blijkbaar is ons onderwijssysteem erop gericht om de passies van de leerlingen als irrelevant voor het leerproces te beschouwen.

Eenmaal we de studenten een boeiend onderwerp en een kader hebben gegeven, moeten ze de juiste vragen leren stellen. Vragen zijn belangrijker dan antwoorden. Antwoorden leren maakt leren saai. Een antwoord is een aansporing om nieuwe en betere vragen te stellen. Zo pas je geen technieken meer toe, maar je ontwikkelt zelf de juiste technieken om de vragen die u als student bezighouden te beantwoorden. Vandaag gooien veel studenten na een succesvol examen hun syllabi in de vuilnisbak: een episode is afgesloten. Het is deze onderzoekende benadering van steeds betere vragen stellen die verbindingen met stilzwijgende kennis naar boven brengt en ze verder ontwikkelt. Als we evolueren naar het onder de knie krijgen van steeds betere vragen stellen, ontstaat het echte levenslang leren waar we naartoe moeten.

Nog straffer wordt het wanneer een collectief de verbinding maakt met haar stilzwijgende kennis. We hebben er vandaag de middelen voor.

Weten, dingen maken en spelen

Ook in de 21ste eeuw moeten we de feiten kennen om ermee te kunnen werken. Maar anders dan in de 20ste eeuw gaat het nu niet meer over "Wat" maar over "Waar" kan ik de informatie vinden. Thomas en Seely Brown geven het voorbeeld van een experiment waar men 18- tot 24-jarige Amerikanen vroeg om Irak op een wereldkaart de situeren. Slechts 37% slaagde erin. In een tweede experiment zette men een andere groep van dezelfde leeftijdsklasse voor een computer en vroeg men hun "Vind Irak". 100% van de groep kon deze opdracht met goed resultaat afronden. Bovendien konden ze zelfs verder gaan dan de vraag om het land te lokalizeren: Google Maps geeft hun daartoe de mogelijkheden en zij hadden geen probleem om ze te gebruiken.

Al doende leren is niet nieuw, maar vandaag gaat het verder. Niet alleen wat we maken is van tel, maar ook de context waarin we het plaatsen. Mashups zetten het gecreëerde in een andere context zodat het een andere betekenis krijgt. Ook hier zien we dus een onderscheid tussen "Wat" we maken en "Waar" we het plaatsen. Het is belangrijk dat we dit doen zodat we beseffen dat informatie kritisch moet benaderd worden.

(Jonge) kinderen leren het meeste door te spelen. Maar stilaan is er ook appreciatie voor het spel als leerstructuur. Zo worden agile concepten vandaag door een spel geïntroduceerd en ervaren. Spelen brengt ons ook in verschillende situaties leert ons daardoor ook beter omgaan met veranderingen.

Conclusie

Kennis is macht was jarenlang het adagium. Met het Web en zeker in combinatie met mobile is kennis vandaag altijd en overal beschikbaar. Qua leerplatformen halen Thomas en Seely Brown de mosterd bij 'Massive Multiplayer Online Games' (MMO's) zoals World of Warcraft. MMO's zijn inderdaad een uitstekend voorbeeld van hoe mensen collectieven ('gilden') vormen om samen de moeilijkste problemen te leren oplossen. Maar voor de meesten onder ons is de eerste stap al realiteit. Veel mensen verliezen met plezier hun tijd op Facebook. Het is dus perfect denkbaar dat we de sociale media gebruiken als platform voor een leercollectief. Schoolville een idee van Vlaams e-governmentmanager Geert Mareels geeft alvast de richting aan van wat er nog allemaal kan komen.

Een reviewer van dit boek "A New Culture of Learning" citeert William Butler Yeats "Learning is not filling a bucket but lighting a fire" en dat lijkt me een mooie om mee te besluiten.